WGBO

Als zorgverlener zijn wij verplicht ons te houden aan de onderstaande wet waarin u kunt lezen wat uw rechten zijn als patiënt.

WGBO (Wet Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst)

Algemeen

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) garandeert de rechten van patiënten ten opzichte van medische hulpverleners zoals artsen.
De WGBO is van belang voor iedereen die met medische zorg te maken krijgt, want als een zorgverlener u behandelt, hebt u automatisch een geneeskundige behandelingsovereenkomst met hem of haar.

Welke rechten en plichten

In de WGBO staan de rechten en plichten die bij de behandelingsovereenkomst horen. Deze rechten en plichten gelden voor de patiënt en hulpverlener.

Voorbeelden van rechten:

  • behandeling;
  • zelfbeschikking;
  • informatie en een second opinion;
  • inzage in medische gegevens;
  • weigeren van behandelingen/toestemming voor behandelingen;
  • geheimhouding en privacy;
  • vrije artsenkeuze.

Voorbeelden van plichten:

  • verlenen van medewerking (in redelijke mate);
  • bespreken van klachten.

Volledige wettekst

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst is onderdeel van het Burgerlijk Wetboek (afdeling 5 (artikelen 446 t/m 468) van Titel 7 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek).
U kunt hier de wettekst vinden.

Rechten en plichten in het kort

Recht op behandeling
Dit recht lijkt op het eerste gezicht vanzelfsprekend. In de praktijk zijn echter de financiële middelen soms beperkt. Een ziekenhuis mag echter een behandeling niet weigeren als bijvoorbeeld het budget voor dat jaar is overschreden.

Recht op zelfbeschikking
Het recht op zelfbeschikking is het grondrecht waarop alle patiëntenrechten zijn gebaseerd. Dit houdt in dat er pas een behandelingsovereenkomst is, wanneer de patiënt toestemming geeft. Als een patiënt hiervoor psychisch of lichamelijk te ziek is, dan moet de toestemming door familie of naasten worden gegeven.

Recht op informatie en een second opinion
Iedereen heeft het recht om volledig over zijn situatie te worden geïnformeerd.
Hierbij staat het belang van de patiënt voorop. Als een patiënt te kennen geeft niet volledig geïnformeerd te willen worden, dan moet dit recht niet opgedrongen worden.

Ook mag een arts (na raadpleging van een tweede mening van een andere arts) besluiten om informatie niet te geven, als dit leidt tot een onaanvaardbaar psychische belasting bij de patiënt.

Een patiënt heeft ook recht op een second opinion, al zijn hier beperkingen aan verbonden. De second opinion moet het medisch advies betreffen en niet de behandeling zelf. Een second opinion zal meestal alleen toegestaan worden wanneer er twijfel bestaat over de diagnose of de behandeling bij ernstige ziekten.
In sommige gevallen moet een verzekeraar hier eerst toestemming voor verlenen. Informeer hiernaar bij uw verzekeraar.

Inzage in medische gegevens
Als u 16 jaar of ouder bent, dan mag u uw medisch dossier inzien. U moet dit mondeling of schriftelijk vragen bij de zorgverlener. U krijgt alleen de gegevens over u zelf te zien en geen informatie over bijvoorbeeld uw familieleden of anderen. Uw familieleden hebben alleen recht op inzage in uw dossier als u ze hebt gemachtigd. Ouders of wettelijke vertegenwoordigers van kinderen tot 12 jaar hebben wel recht op directe inzage in het dossier van hun kind. Kinderen tussen de 12 en 16 jaar moeten eerst persoonlijk instemmen met de inzage.

Als u het niet eens bent met de gegevens in het dossier, dan kunt u een eigen verklaring laten toevoegen.
Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een patiënt door inzage een gevaar voor zichzelf of anderen zal vormen, mag inzage geweigerd worden.

In de Wet Bescherming Persoonsgegevens is geregeld wie wat met uw gegevens mag doen. U kunt hier een folder downloaden over de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Recht op toestemming of weigering van een behandeling
Een behandelaar heeft uw toestemming nodig voor een behandeling. Soms kunt u deze zelf niet geven. In dat geval moet de hulpverlener toestemming vragen aan familie of naasten. U kunt ook van tevoren uw wensen vastleggen in een wilsverklaring (welke behandeling u wel of juist niet wil). Een dergelijke wilsverklaring moet aan een aantal voorwaarden voldoen.

Bij acute situaties mag een hulpverlener zonder toestemming handelen.
Kinderen tot 12 jaar mogen niet voor zichzelf beslissen. Dat doen de ouders of voogden. Een kind moet wel verteld worden wat er gaat gebeuren.

Kinderen tussen 12 en 16 jaar hebben wel een stem in het geheel. Voor deze groep patiënten is toestemming vereist van zowel ouders als het kind. Als ouders en kind het niet met elkaar eens zijn, dan moet de behandelaar de mening van het kind volgen. Voorwaarde hierbij is dat het kind in staat moet zijn alle belangen redelijk tegen elkaar af te wegen.

Recht op geheimhouding en privacy
Dit recht is opgenomen in de Grondwet. Een arts heeft een zwijgplicht. Dit houdt in dat de arts alleen met medebehandelaars over een patiënt mag praten. Artsen mogen geen informatie verstrekken aan verzekeraars.
Er zijn echter uitzonderingen. In algemene zin betekent dit dat het algemeen belang hoger moet zijn dan het individuele belang.

Dit recht bestaat ook na overlijden van een patiënt.

Recht op vrije artsenkeuze
In beginsel heeft u recht om uw eigen arts te kiezen.
Hier zijn echter uitzonderingen op, zoals:

  • de praktijk is vol;
  • de afstand is te ver voor huisbezoeken;
  • de arts heeft geen overeenkomst met de verzekeraar;
  • de arts kan “gewichtige redenen” hebben om een patiënt te weigeren.